1926 / Z.H.M.R.S. Beloningmedaille aan Hendrikus Vermijs

Beloningsmedaille

 1926 De kleine zilveren medaille aan Hendrikus Vermijs, bootsman van het te Rotterdam thuis behorende ss ” VOLENDAM”, Kapitein J. de Koning, inzake de redding op volle zee der equipage van de Canadeesche Schooner “GENERAL SMUTS”, Capt. Charles A. Rose, den 17 December 1925 met een volle lading zout van Bonanza (New-Foundland) naar Grand Bank vertrokken. Reeds spoedig na vertrek geraakte het schip in een hevige storm waarbij alle zeilen uit de lijken warden geslagen. Men heeft toen de noodzeilen gebruikt en de andere zeilen gerepareerd. Het schip maakte inmiddels zoveel water dat de bemanning, al herstellende, den ganschen dag in het water moest staan. In de daaropvolgende storm verloor men zowel de reserve- als de gerepareerde zeilen en in de masten bleven slechts flarden hangen. Op deze wijze dreven schip en bemanning wekenlang rond, met de bemanning aanhoudend aan de pompen om het schip voor zinken te behoeden. Drie weken voor hun redding, met nog enige hoop hunne bestemmingshaven te bereiken, hadden ze van een Fransch schip een hoeveelheid proviand gekregen. Echter hadden de aanhoudende stormen van de laatste weken het schip de genadeslag gegeven. Dit was het tweede schip dat Kapitein Rose op deze wijze verloor. Op Vrijdag den 8 Maart, des morgens rond vijf uur, meende de officier van wacht op het ss “VOLENDAM”, de Graaf, op verre afstand in zee een vuur te zien. Toen het wat lichter werd, kon men door de kijker een schip ontwaren, dat met gescheurde zeilen een speelbal der golven was. De opvarenden hadden lappen katoen en zeildoek, gedrenkt in terpetijn, in de masten bevestigd en in brand gestoken. Terwijl de “VOLENDAM” rond het schip voer en een flinke hoeveelheid olie op de golven stortte, konden de zes opvarenden met de sloep, onder commando van de eerste officier Reifferth, van de Schooner worden gehaald, die vervolgens in brand werd gestoken. Ook had men groote gaten in den bodem gehakt om het zinken te bespoedigen. Tijdens hun verblijf aan boord van de “VOLENDAM” werd door de eerste- en tweede-klas passagiers een collecte gehouden waarbij acht honderd gulden bijeen werd gebracht. De geredden werden bij aankomst te Plymouth aan land gezet, echter niet nadat zij schriftelijk hunne dank hadden betuigd aan hun redders. Ondertekend door: Charles A. Rose, Capt., Thos Rose, Thos Sibbo, Holger Ballskifte en John Kipping. De oude kok was inmiddels in het ziekenhuis opgenomen en kon zijn handtekening niet plaatsen.
Vz. Binnen een cirkel, een redder draagt een schipbreukeling het strand op, rechts nog twee redders met een schipbreukeling. In zee een sloep waarmee de geredden aan het strand zijn gebracht, met op de achtergrond het scheepswrak. Onder de afsnede: VDK
Z.H.M.R.S.
Kz. Binnen een cirkel, een krans van eikenloof, waarbinnen een tekst gegraveerd. Omschrift: ZUID-HOLLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT REDDING VAN SCHIPBREUKELINGEN TE ROTTERDAM
Maker David van der Kellen
Techniek Geslagen, aan de Rijksmunt te Utrecht
Materiaal Zilver
Diameter / gewicht 42 mm
Collectie
Inv. nr.
Literatuur Mulder, C.P.  Tot belooning van edele menschenvrienden, p.100[976] CBG 1996
Bronnen www.marhisdata.nl , Kroniek 1926 / Het Volk, 10-03-1926, p.9 / Sweijs / www.arendnet.nl
Bijzonderheden Het stalen passagiers-stoomschip “VOLENDAM” werd gebouwd bij Harland & Wolff te Glasgow, voor de Holland-Amerika Lijn (N.A.S.M.). Tonn. 15434. In 1952 gesloopt.
Persoon Hendrikus Vermijs
Geboren 15-03-1885, Rotterdam. A.1312/b022v
Overleden 04-08-1960, Rotterdam. A.1796/a3-049v  75 j.
Ouders Hendrikus Vermijs en Adriana Kerssen
Huwelijk Teuna Beukelman, 17-11-1915. Rotterdam. p84v
Geboren 01-12-1897, Rotterdam. A.9611/n009
Overleden
Ouders Pieter Beukelman en Johanna Frederika Gonlag

 

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.